Reconstructieve chirurgie

De reconstructieve chirurgie is die tak van de plastische chirurgie die integriteit van het lichaam herstelt na kanker, (chronische of posttraumatische) wonden, brandwonden en een vorm creëert bij aangeboren aandoeningen. 

Dit is een uiterst moeilijke en belangrijke tak binnen de plastische chirurgie en verdient meer aandacht dan er doorgaans in de media wordt aan besteed. 

Het principe van de reconstructieve chirurgie is de contour van het lichaam zo correct mogelijk creëren of herstellen - met behoud van functie - en respecteren van de oncologische principes. Bij dit herstel wordt zo weinig mogelijk schade toegebracht aan de omliggende zones en donorsites, met, zo mogelijk, een esthetisch correct litteken tot gevolg. Vaak moet weefsel (huid/vet/spier/bot) worden verplaatst van een 'donor'plaats (waar er weefel over is of waar het kan worden gemist) naar de plaats van tekort.

Binnen de reconstructieve chirurgie maken we gebruik van een aantal technieken:

Huidtransplantaat: Een stuk huid wordt elders op het lichaam gehaald en op de wonde/het defect gelegd. Het overleven van deze huid is afhankelijk van de doorbloeding van de bodem van het defect. Om een optimaal resultaat te garanderen moet de wonde dus goed gezond zijn. Het huidtransplantaat dient er dan ook goed op te worden gefixeerd.

Flap: Een flap is een stuk huid/vetweefsel/spierweefsel dat kan instaan voor zijn eigen bloedvoorziening omdat de benodigde bloedvaten zich nog in het weefsel bevinden. Een gesteelde flap hangt met zijn bloedvoorziening vast aan het lichaam en wordt er niet van los gemaakt. Een vrije flap wordt in zijn geheel, met bloedvaten, losgemaakt van het lichaam om elders te worden ingehecht. Hier zullen ook de bloedvaten aan andere bloedvaten dienen te worden gekoppeld.

 

De vaaktst uitgevoerde reconstructies zijn deze van het gelaat na verwijderen van huidletsels, borstreconstructies en brandwonden.