Borstvergroting

Wanneer de boezem een te kleine omvang heeft kan de borst worden vergroot door middel van een borstprothese.

Een borstprothese bestaat uit een zacht, maar stevig siliconen zakje dat is gevuld met een siliconengel.  Er bestaan 100de afmetingen van prothesen, om zo voor elke vrouw een correct resultaat te bekomen. Dr. Vermeulen werkt met de beste producten om een veilig, langdurig en mooi resultaat te bekomen.

Silicone is ongevaarlijk voor het lichaam. Het is aangetoond dat het materiaal geen ziekteverwekkende eigenschappen heeft. 

Procedure
Voor de operatie ondergaat u met Dr. Vermeulen een passessie. Hierbij wordt met pasmaten het resultaat van de vergroting nagebootst. U brengt hiervoor een strakke witte T-shirt of topje mee en een (niet voorgevormde) BH in de gewenste maat. Er wordt geadviseerd om voor de ingreep te stoppen met roken. Indien nodig zal u preoperatief door een anesthesist worden gezien om uw gezondheidstoestand te bespreken.

De ingreep vindt plaats in het ZOL (Lanaken of Genk) of het Mariaziekenhuis (Overpelt), onder algemene narcose en onder toezicht van een ervaren anesthesist.  De operatie gebeurt in dagopname: U kan de dag van de ingreep nog het ziekenhuis verlaten. 

Welke techniek wordt gebruikt?
Het implantaat wordt in de regel via een sneetje onderaan de borst (in de plooi) ingebracht. Het wondje wordt gehecht met zelfverteerbare hechtingen. De prothese wordt òf net onder de borstklier, bovenop de borstspier, geplaatst, òf onder de borstspier. Dit wordt voor de ingreep uitvoerig met U besproken. 

Na de ingreep
Onmiddellijk na de ingreep kan de borst gespannen aanvoelen. Dit verdwijnt vanzelf. Ook kan het gevoel naar de tepel tijdelijk verstoord zijn (over- of ondergevoelig). Dit is omdat de zenuw naar de tepel is uitgerokken.

Na de ingreep draagt U 4 weken een sportBH om de borst en de prothese te ondersteunen. Tijdens deze 4 weken wordt afgeraden om intensief te sporten of zware fysieke arbeid te verrichten. 

Mogelijke complicaties na een borstvergroting zijn nabloeding, infectie van de prothese of een wondprobleem bij de hechtingen. De kans op deze complicaties wordt tot een minimum beperkt door een verfijnde en steriele techniek. Op lange termijn vormt het lichaam rondom de prothese een kapsel, een littekenschil. Dit is normaal en komt bij iedereen voor. Indien dit kapsel verdikt zal het gaan samentrekken en kan in 5% van de gevallen een kapselcontractuur ontstaan. Indien dit storend is en klachten veroorzakt dient dit kapsel te worden verwijderd en de prothese vervangen. Uiteraard kan U bij elke postoperatieve klacht onmiddellijk bij Dr. Vermeulen terecht.